Opvoeding en gezin

Media

Praten, zingen en het contact met mensen is voor baby’s belangrijk. Met ongeveer negen maanden worden boekjes en tv steeds interessanter. Vanaf vier maanden is het al goed om je baby 'voor te lezen'.

Je baby en TV

Bewegende beelden of opvallende geluiden trekken al snel de aandacht. Een baby draait zijn hoofd dan ook snel naar een beeldscherm. Daarom is het goed om al zo vroeg mogelijk bewust om te gaan met het mediagebruik van je baby. Zodra je kind een beeldscherm ziet, begint de mediaopvoeding eigenlijk al.

Voorzichtig met beeldschermen

Beeldschermen van tv, computer, tablet of smartphone kunnen al veel aandacht trekken van een baby of dreumes. Als je niet oplet, is je kind daar lange tijd zoet mee. Deskundigen vinden dat je met baby’s voorzichtig moet zijn. De tijd die ze aan een beeldscherm besteden, gaat ten koste van iets anders. Vooral de taalontwikkeling kan eronder lijden.

Ongeschikte programma's

Als jonge kinderen programma’s zien met veel lawaai en snelle beeldwisselingen, kunnen de hersens hieraan wennen. Volgens sommige onderzoekers kunnen kinderen daardoor ADHD ontwikkelen.

Zeg nee tegen achtergrond-tv

Sommige mensen hebben de hele dag de tv aan staan. Dit heet 'achtergrond-tv' of 'tv-behang'. Het is niet goed voor kleine kinderen. Ook als ze daar niet echt naar kijken of luisteren, worden ze er wel door afgeleid en kan je baby overprikkeld raken.

Vooral het aanleren van taal, en het leren omgaan met andere mensen ('sociale vaardigheden'), gaat moeilijker met achtergrond-tv. Als de tv aanstaat kan je baby zich minder goed concentreren op jouw stem. En dat is juist nu zo belangrijk.

Tip: praat zoveel mogelijk zélf tegen je baby, en zet de tv pas aan als je baby slaapt.

Beeldscherm is 2D, maar je baby leert in 3D

Kijken, voelen, proeven, ruiken, luisteren, ontdekken... Hoe meer je baby zijn zintuigen gebruikt bij het onderzoeken van zijn omgeving, hoe meer hij leert. Dat gaat beter in het echt dan via een beeldscherm.

Via ervaringen in het echte leven ontwikkelen de hersenen van je baby zich beter dan via ervaringen op een beeldscherm. Er worden meer hersenverbindingen gevormd.

Een beeldscherm geeft geen ruimtelijk inzicht. Je baby kan niet zien wat er áchter een voorwerp zit. Je baby kan de vorm van het voorwerp niet voelen. En niet hóe het voelt: glad of stroef, hard of zacht, warm of koud. Ook ruikt je baby niets. In de echte wereld ervaart je baby dat allemaal wel.

Dus: als je baby heel veel kijkt en luistert via baby-apps of baby-tv, dan ontwikkelen de hersenen van je baby zich anders. Babyhersenen ontwikkelen zich veel beter door ervaringen in het echte leven: door zich te bewegen in de ruimte en alle zintuigen te gebruiken.

Daarom is het advies: speel met je baby, praat met hem, laat hem proeven, laat hem voelen, laat hem ruiken!

Welk voorbeeld geef je zelf?

Mediaopvoeding geef je niet alleen bewust maar ook onbewust.

Bewust: door regels te stellen over wat wel en niet mag, of hoe lang. Door te waarschuwen of door dingen uit te leggen (‘dit is niet echt, hoor’).

Onbewust: doordat je zelf een voorbeeld bent voor je kind. Wat jij doet, vindt je kind  'normaal'. Kinderen leren als ze zo jong zijn vooral door nadoen. Dus als je zelf veel bezig bent met je smartphone, gaat je kind dat waarschijnlijk ook doen.

Het draait dus om de vraag: wat doe je zelf eigenlijk? Welk voorbeeld ga je geven aan je baby? 

  • Houd één dag bij welke sociale media je gebruikt. Hoe vaak en hoe lang?
  • Als je naar het resultaat kijkt, vind je dat zelf dan normaal of eigenlijk te veel?
  • Als je het 'te veel' vindt: wat ga je doen om jezelf te beheersen?
  • Ga je je smartphone gebruiken aan tafel, waar je kind bij is?
  • Ga je appen of telefoneren terwijl je achter de kinderwagen loopt?
  • Bespreek deze vragen ook met je partner als je die hebt.

 Meer informatie:

De macht van je smartphone – mét een test

 

Keurmerk

Bron: Media